Wat als jouw werknemer verzoekt om vanuit het buitenland te werken. Toestaan? Of weigeren?

16/5/2026

Zo’n casus lag voor bij de rechtbank in Utrecht.

Een software engineer, we noemen hem even Peter, besluit na zijn vakantie in juni in Roemenië te blijven. Zijn reden? Hij zou daar moeten zorgen voor zijn zieke moeder. Hij geeft aan graag op afstand te willen blijven werken.

De werkgever gaat hier niet mee akkoord.

Er waren binnen het bedrijf duidelijke afspraken: vanuit het buitenland werken is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan. De situatie van Peter valt daar niet onder.

Peter mag wel vakantiedagen opnemen, gevolgd door onbetaald verlof. Afgesproken wordt dat hij op 2 september weer naar kantoor zal komen. Maar dat gebeurt niet.

Peter verschijnt niet. Zonder iets van zichzelf te laten horen.

De werkgever neemt daarom contact met Peter op. Peter vraagt vervolgens tot het einde van het jaar onbetaald verlof, wat zijn werkgever weigert. Peter krijgt tot 1 oktober om naar kantoor te komen. Doet hij dat niet? Dan wordt zijn salaris stopgezet.

Peter komt niet terug naar Nederland. Uiteindelijk spreken partijen over een mogelijke beëindigingsregeling, maar komen er niet uit. In december komt de werkgever erachter dat Peter werkzaamheden verricht in Roemenië, waarvoor Peter een waarschuwing krijgt. Vervolgens wordt aan Peter nog een laatste kans geboden om terug te komen naar Nederland.

Wanneer Peter ook die kans aan zich voorbij laat gaan, ontslaat de werkgever Peter op staande voet.

Peter stapt vervolgens naar de rechter.

Het oordeel?

Dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was:

  • Er was sprake van werkweigering. Peter weigerde zonder geldige reden te voldoen aan redelijke instructies van zijn werkgever.

  • De werkgever had meerdere keren geprobeerd om tot een oplossing te komen, zoals het aanbieden van onbetaald verlof.

  • Peter had onvoldoende onderbouwd waarom terugkeer niet mogelijk was en andere zorgopties voor zijn moeder niet tot de mogelijkheden behoorden.

  • Dat Peter was in de tussentijd in Roemenië aan het werk was, zonder toestemming van zijn werkgever, werd hem ook niet in dank afgenomen.

Peter moest € 12.502,45 aan onverschuldigd betaald loon terugbetalen, kreeg geen transitievergoeding en moest ook proceskosten van de werkgever vergoeden.

Als je het mij vraagt een terecht oordeel.

Ik zou zelf niet weten wat een werkgever in een dergelijk geval nog meer had kunnen doen.

Volgende
Volgende

Voorkom stuwmeren aan vakantiedagen en stuur actief en tijdig aan op opname